/*

04 juli 2012

5 dingen die je moet weten over citruszeste

DSC_0359-001

Citruszeste is een ingrediënt dat je wel eens tegenkomt in cakerecepten. Het is één van mijn favoriete ingrediënten doordat het superveel smaak geeft. Citroen- en limoenzeste worden het meest gebruikt, maar ook de zeste van een appelsien kan lekker zijn in een dessertje. Hieronder verzamel ik alles wat je in mijn ogen moet weten over citruszeste om met een gerust hart aan het werk te gaan.

1. Koop biologisch en was grondig

Ik ben altijd een beetje op mijn hoede als ik de schil van groenten of fruit op eet en bij citrusvruchten blijkt dit geen maat voor niks. Ik weet niet zeker wat de regulaties in België zijn, maar een rondje googlen leerde mij dat citrusschillen maar liefst op 3 manieren ongezond kunnen zijn: 1) ze worden bespoten met insecticiden tijdens de groei, 2) ze worden bespoten met antischimmelproduct nadat ze geplukt zijn en 3) ze worden bedekt met een laagje wax om hun levensduur te verlengen en je wilt niet weten wat er daar allemaal in mag zitten. Om al die redenen, kies ik altijd voor biologische citrusvruchten als ik hun schil wil gebruiken. En zelfs die was ik nog, want ook op een biologische citrusvrucht wordt er was aangebracht, een eetbare en onschadelijke was, maar ik heb liever pure citruszeste dan een mengeling van citrus en was.

Wil je dus ook je citrusvruchten wassen, was ze dan met heet water en laat ze dan goed opdrogen voor je de zeste gaat raspen, anders lukt dat niet goed.

2. Geen zesteur in huis? Gebruik dan een mesje, rasper of een microplane.

Kennen jullie een zesteur? Ik heb ‘t nog nooit in huis gehad, maar het ziet er een beetje uit als een kromme, kleine vork waarmee je schraapt over je citroen, meloen of sinaasappel? Maar je hoeft dus niet persé dit tooltje in huis te hebben. met een rapser (op mijn foto hierboven) of een fijne microplane (hieronder rechts) lukt het vanzelfsprekend ook. En heb je dat ook niet in huis? Gebruik dan gewoon een mesje, snij de schil er in reepjes af en snij die reepjes dan in zo klein mogelijke stukjes. Waarschijnlijk krijg je het op deze manier niet helemaal zo fijn als met een fijne rasper, maar vaak is dat ook wel goed genoeg.

foto’s: www.dille-kamille.nl

3. Het wit moet je laten zitten

Wat heel belangrijk is als je de citrusvrucht zest of schilt, is dat je alleen maar de gele schil gebruikt. Zodra je het wit eronder ziet, moet je stoppen. Dit wit, het merg, heeft namelijk een hele bittere smaak en dat wil je er echt niet bij hebben. Als je geen zesteur of rasper in huis hebt en dus met een mesje reepjes schil afsnijdt, zal je deze reepjes hier zeker nog op moeten controleren. Probeer het er dan nog extra af te halen.

DSC_0360

4. Een gezeste citrusvrucht kan je nog eventjes bewaren, maar ook de zeste zelf!

Als je een citrusvrucht gezest hebt, hoef je hem zeker niet onmiddellijk te gebruiken. Je kan natuurlijk de vrucht meteen persen en het sap gebruiken, maar je kan ook gerust de vrucht inpakken in huishoudfolie en zo een tijdje (een week ongeveer) in de koelkast bewaren. Heb je eens enkel het sap nodig en niet de zeste, dan kan je opnieuw ook de zeste bewaren in de koelkast voor een andere keer. Je moet dan ook wel eerst de citroen zesten (in een potje stoppen) en dan pas je citroen persen, want anders krijg je het zest er niet meer af.

5. Uit de winkel gekocht?

Wist je al dat je citroenzeste ook in de winkel kan kopen? In Vlaanderen ben ik het nog niet tegengekomen, maar in Nederlandse supermarkten staat het bij de bakproducten. Twijfel je over hoeveel zeste je bij je gerecht moet doen, onthoud dan dat de zeste van één citroen ongeveer een eetlepel is.

0 reacties:

Een reactie posten