/*

29 juli 2010

De verschillen tussen suikers


Wat is nu net het verschil tussen bruine suiker en gewone suiker? En kan ik gewone suiker gebruiken in een bereiding als ik geen bruine meer in huis heb? Die vragen zette mij aan om eens uit te zoeken wat die verschillen tussen suikers nu net zijn. Hier een samenvatting van mijn onderzoekje:


Allereerst: wat belangrijk is om te weten is dat suiker niet alleen dient om je desserts en gebak zoet te maken, maar suiker zorgt ook vaak voor volume, al dan niet tijdens het bakken van het deeg. Suiker zorgt bovenop bakpoeder en andere reismiddelen voor de luchtigheid en een mooie bruine kleur. Bovendien kan suiker in grote concentraties (meer dan 63%) ervoor zorgen dat voedsel langer houdbaar blijft: een voorbeeld hiervan is confituur.


Griessuiker = fijne suiker = gewone suiker = kristalsuiker = witte suiker
Deze “gewone” suiker kennen we allemaal wel, maar het kent verschillende benamingen. De meeste benamingen duiden er meestal op hoe fijnkorrelig de suiker wel niet moet zijn. Ik koop zelf altijd suiker die fijn of superfijn genoemd wordt, dan zit je bijna nooit mis. Deze is het meest geschikt voor moeilijker gebak, want het lost het snelst op en wordt makkelijk opgenomen in het deeg.


Bastaardsuiker = basterdsuiker = cassenade Graeffe = "kinnekessuiker" = bruine suiker of lichtbruine suiker
Bastaardsuiker is in feite een witte kristalsuiker waaraan melasse en kunstmatige kleurstoffen worden toegevoegd. Bij de bruine bastaardsuiker wordt ook nog een karameloplossing toegevoegd. Als je bastaardsuiker gebruikt in gebak of koekjes, is dit meestal om te zorgen dat deze minder snel zullen 

uitdrogen. Bastaardsuiker bevat namelijk net wat meer water dan kristalsuiker. Hoe donkerder de bastaardsuiker, hoe hoger het vochtgehalte. Hoewel dat “cassenade” ruwe of korrelige suiker betekent en geïnterpreteerd kan worden als kandijsuiker, ben ik er zelf van overtuigd dat de bruine suiker van “Cassonade Graeffe” een bastaardsuiker.


Poedersuiker = bloemsuiker
Poedersuiker is heel fijn gemalen kristalsuiker. Deze suiker lost veel sneller op in water. Als je geen poedersuiker, maar wel gewone suiker in huis hebt, kan je deze maken door de gewone suiker te blenden of te mixen. Poedersuiker wordt gebruikt om glazuur mee te maken of als versieren, maar ook bij het maken van roomijs, snoep of pralines.

Geleisuiker
Suiker om confituur van te maken. Hiervoor voegt men bij gewone suiker pectine en citroenzuur. Pectine zorgt voor een binding van het water, waardoor de geleistructuur gevormd wordt. Het citroenzuur zorgt voor de stevigheid.

Rietsuiker
Rietsuiker wordt gemaakt uit suikerriet. Het gaat hier om niet volledig geraffineerde suiker, waardoor hij een bruine kleur heeft. Raffineren betekent eigenlijk het “ontdoen van zuiverheden”. Rietsuiker is dus niet helemaal zuiver, maar maak je geen zorgen: het heeft het voordeel dat de suiker nog wat vitaminen, mineralen, spoorelementen en vezelstoffen bevat.

Vanillesuiker
Vanillesuiker is kristalsuiker met een subtiel vanillesmaakje. Meestal is de smaak afkomstig van synthetische vanille. Je kan ook zelf natuurlijke vanillesuiker maken door vanillestokjes open te snijden en in een pot kristalsuiker te stoppen. Na minstens een week wordt de vanillesmaak door de suiker opgenomen.

3 reacties:

Anja zei

Leuke site heb je. Nooit geweten dat er zoveel soorten suiker zijn :)

K. zei

Dankjewel! :)

Anoniem zei

Cassonade graeffe is NIET hetzelfde als bruine suiker!!!! bruine suiker is basterdsuiker en cassonade graeffe is kinnenessuiker. Deze laatste is lichter van kleur en smeuïger van textuur.

Een reactie plaatsen